Het lage-inkomensvoordeel (LIV)

De 6 meest gestelde vragen

Sinds 1 januari 2017 is er een nieuwe loonkostensubsidie voor werkgevers: het lage-inkomensvoordeel (LIV). Werkgevers ontvangen deze subsidie als zij medewerkers in dienst hebben in de lagere inkomensklasse. Om wat meer inzicht te geven in de voorwaarden, voordelen en beperkingen van deze relatief nieuwe loonkostensubsidie heb ik voor jou de meest gestelde vragen (én de antwoorden daarop) hieronder op een rijtje gezet.

1) Wat is het doel van het lage-inkomensvoordeel?

De overheid vindt dat arbeidsgehandicapten en oudere uitkeringsgerechtigden genoeg kansen hebben op de arbeidsmarkt. Zij wil daarom werkgevers een extra (financiële) prikkel geven om medewerkers uit deze doelgroep aan te nemen. In dit licht werd in 2013 de mobiliteitsbonus ingevoerd (opvolger van de premiekorting arbeidsgehandicapten en de premiekorting voor oudere uitkeringsgerechtigden). Echter levert de mobiliteitsbonus vooral voordeel op voor grotere bedrijven. Dit komt door de wijze waarop de hoogte van deze bonus berekend wordt (het is een premiekorting). Kleine bedrijven ontvangen meestal niet het volledige bedrag aan mobiliteitsbonus. Het LIV is geen premiekorting, maar een loonkostensubsidie. Daardoor levert het ook kleinere bedrijven financieel voordeel op.

2) Wanneer heeft een werkgever recht op het lage-inkomensvoordeel?

Je hebt recht op dit voordeel voor elke werknemer die voldoet aan vier voorwaarden. De werknemer:

  1. is verzekerd voor de werknemersverzekeringen
  2. heeft een gemiddeld uurloon van minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon
    (voor werknemers van 22 jaar en ouder)
  3. heeft ten minste 1.248 verloonde uren per jaar (zie ook vraag 3: Wat zijn verloonde uren?)
  4. heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt

3) Wat zijn 'verloonde uren'?

De verloonde uren waar het LIV vanuit gaan, zijn uren waarover je loon betaalt aan een werknemer. Verloonde uren zijn dus:

  • Contracturen
    Dat wil zeggen: de uren die je met de werknemer bent overeengekomen. Hieronder vallen ook niet-gewerkte, maar wel volledig uitbetaalde uren. Bijvoorbeeld verlof of ziekte.
  • Uitbetaalde extra gewerkte uren
    Denk aan uitbetaalde overuren. Hieronder vallen ook niet-opgenomen, maar wel uitbetaalde verlofuren (afkoop verlofuren).

4) Hoe hoog is het lage-inkomensvoordeel?

Als je voor een werknemer recht hebt op LIV, dan ontvang je een bedrag per verloond uur. Hoeveel je voordeel voor een medewerker precies is, hangt dus af van het aantal verloonde uren. Daarnaast is ook zijn gemiddelde uurloon van invloed. In de laagste categorie is de subsidie gemaximeerd naar €2.000 per werknemer per jaar, in de hogere categorie is dat maximum €1.000. Zie ook onderstaande tabel.

Gemiddeld uurloon *   LIV per werknemer   Maximale LIV per jaar ** 
Tussen €9,66 en €10,63   €1,01 per verloond uur   €2.000 per werknemer
Tussen € 10,63 en €12,08   €0,51 per verloond uur   €1.000 per werknemer

 

* Het gemiddeld uurloon is het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking van een volledig jaar (kolom 8 van de loonstaat) gedeeld door het aantal verloonde uren in dat jaar.
**  Dit maximum geldt bij een 38-urige werkweek. Als een werknemer meer dan 38 uur werkt, dan ontvangt u nooit meer dan deze maximale bedragen.

 

 


LIV Rekenvoorbeeld

Je hebt voor een werknemer recht op het LIV.
Hij heeft 1.500 verloonde uren over het hele jaar.
Zijn jaarloon is €15.000.


Het gemiddelde uurloon is voor deze werknemer:
[€15.000 / 1.500 verloonde uren] =  €10,00.

Met dit uurloon valt de medewerker in de categorie waarvoor je het hoogste bedrag aan LIV ontvangt (€1,01 per uur).
Jouw LIV voor deze werknemer wordt in dit jaar dan:
[1.500 verloonde uren x €1,01 = €1.515

 

 

5) Hoe wordt het gemiddelde uurloon bepaald?

Het gemiddelde uurloon wordt bepaald door het fiscale jaarloon van 2017 te delen door de in 2017 verloonde uren. Het fiscale loon is het loon voor de loonheffingen, de grondslag voor de loonbelasting en premies volksverzekeringen.

Een werknemer met het minimumloon verdient soms toch minder dan 100% of meer dan 125% van dat minimumloon voor de toepassing van het LIV. Bijvoorbeeld als hij van jou ook toeslagen of bonussen krijgt (denk aan onregelmatigheidstoeslagen, overwerktoeslagen of prestatiebonussen). In zo’n geval verdient hij meer. Of wanneer je een pensioenpremie inhoudt op het loon. Daardoor verdient hij minder. In die gevallen voldoet hij niet aan de voorwaarden en heb je voor hem geen recht op het LIV.

6) Wat als een medewerker nét buiten de criteria valt?

Als een werknemer niet voldoet aan de voorwaarden (zie vraag 2), dan ontvangt de werkgever geen LIV. Zit een werknemer qua salaris net onder of net boven de genoemde loongrens? Of heeft deze net te weinig uren gewerkt? Dan ontvangt de werkgever dus geen LIV voor deze werknemer. In veel gevallen kan er wel bijgestuurd worden, waardoor de werknemer net wél binnen de criteria valt.

Ik en mijn collega’s kunnen werkgevers helpen bij dit bijsturen. Dat doen we met behulp van onze LIV-screening. Hiervoor wordt gebruikt gemaakt van jouw loonadministratie en de jaarprognose. Na de screening weet je welke werknemers in aanmerking zullen komen voor het LIV. Maar belangrijker: ook welke net buiten de grenzen van het LIV dreigen te vallen. Vervolgens geven wij aan wat je concreet kunt doen om ervoor te zorgen dat deze werknemers alsnog kwalificeren voor het LIV.

Jeroen Reijs

Door Jeroen Reijs
05 december 2017