De belangrijkste kabinetsplannen voor het MKB

Een analyse na Prinsjesdag 2018

Op Prinsjesdag 2018 ontstond behoorlijk wat reuring rondom de belastingverhoging voor de dga met schuld aan de eigen bv. In mijn blog 'Kanttekening bij belastingverhoging voor dga met schuld aan eigen BV' gaf ik mijn visie op alle commotie. Maar er werden nog meer plannen aangekondigd die een behoorlijke impact zullen hebben op ondernemers in het MKB en hun bedrijf.

Met de disclaimer dat de Eerste en Tweede Kamer nog moeten beslissen over deze plannen, zet ik de belangrijkste aangekondigde veranderingen voor je op een rij:

1) Tariefswijzigingen ininkomstenbelasting en vennootschapsbelasting

De tarieven in Box 1 van de inkomstenbelasting gaan omlaag en werken toe naar een zogenaamde vlak-taks, waarbij in 2021 niet de huidige 4, maar nog slechts 2 belastingschijven bestaan: de eerste schijf geldt dan voor inkomen tot €68.507 en de tweede schijf voor het inkomen dat daarboven ligt.

Ook de tarieven van de vennootschapsbelasting worden stapsgewijs verlaagd totdat in 2021 het belastingtarief van 16% geldt voor winst tot €200.000 en van 22,25% daarboven.

De tarieven in box 2 van de inkomstenbelasting (aanmerkelijk belang) worden eveneens aangepast. Het huidige tarief is 25%. Dit stijgt in 2020 naar 26,25% en in 2021 wordt het tarief 26,9%..

2)    Belastingaftrekmogelijkheden op aantal punten beperkt

Tegenover het gunstige effect van de wijzigingen in de belastingtarieven, staat het negatief effect van enkele andere maatregelen. Zo is het verstandig om rekening te houden met het feit dat bepaalde verliezen niet langer negen, maar nog slechts zes jaar voorwaarts kunnen worden verrekend. De afschrijving op onroerend goed in eigen gebruik in de vennootschapsbelasting wordt beperkt. En het maximale tarief waartegen bepaalde aftrekposten in de inkomstenbelasting kunnen worden afgetrokken, wordt vanaf 1 januari 2020 met 3% per jaar afgebouwd. De energie-investeringsaftrek (EIA) wordt lager (daalt van 54,5% naar 45%), in dit licht kan het verstandig zijn om te zorgen dat reeds geplande energie-investeringen in 2018 gedaan worden.

3)    Wijzigingen in de hypotheekrenteaftrek

Het  fiscale voordeel van de hypotheekrenteaftrek wordt al sinds 2014 geleidelijk afgebouwd. In de nieuwe plannen wordt veel sneller afgebouwd en de maximale aftrek wordt dan reeds vanaf 2023 37,05%.

Tegenover de lagere aftrek van hypotheekrente staat een voorgenomen verlaging van het eigenwoningforfait voor woningen met een waarde die niet hoger is dan €1.060.000. Deze verlaging vindt eveneens in stappen plaats.

4)     Diverse btw-maatregelen

Het lage btw-tarief gaat per 1 januari 2019 omhoog van 6% naar 9%. Naast het directe effect op de prijs van diverse diensten en producten heeft deze maatregel gevolgen voor ondernemers omdat je in jouw bedrijfsvoering diverse zaken moet aanpassen en voorbereiden.

Verder wordt ook de KOR (kleineondernemersregeling) gemoderniseerd. Alle ondernemers met een omzet van maximaal € 20.000 kunnen vanaf 2020 kiezen voor een vrijstelling van omzetbelasting. Dit betekent dat zij geen btw in rekening brengen aan afnemers en ook geen bijbehorende administratieve verplichtingen hebben. Dat heeft ook tot gevolg dat over de ontvangen facturen geen btw in aftrek gebracht mag worden. De nieuwe regeling gaat ook gelden voor niet-natuurlijke personen, zoals bv’s, verenigingen en stichtingen.

Een andere modernisering (en vereenvoudiging) vindt plaats via de EU-Richtlijn elektronische handel. Een (klein) deel van deze richtlijn moet met ingang van 1 januari 2019 worden geïmplementeerd. Er volgen nog meer wijzigingen tot en met 2021. Een en ander heeft impact op de heffing en inning van btw op grensoverschrijdende internetverkopen aan particulieren. Het is van belang om je hierover goed te laten adviseren.

5)    Inkorting van de looptijd van de 30% regeling

Werkgevers mogen onder bepaalde voorwaarden 30% van het fiscaal loon onbelast vergoeden aan bepaalde werknemers die vanuit het buitenland zijn aangeworven. Tot op heden mocht dit gedurende acht jaar. Vanaf 1 januari 2019 mag deze regeling nog maar 5 jaar worden toegepast. Er geldt géén overgangsregeling voor werknemers waarbij de regeling al gestart is. De gevolgen hiervan voor jouw werknemers dienen in kaart te worden gebracht. Voor schoolgelden voor internationale scholen is wél sprake van een overgangsregeling: als de kosten voor het schooljaar 2018/2019 na 1 januari 2019 vallen, maar binnen de oorspronkelijke looptijd, dan mogen deze schoolgelden alsnog belastingvrij worden vergoed of verstrekt.

6)     Beperking van rente-afrek voor bv’s

Er komt een nieuwe renteaftrekbeperking in de vennootschapsbelasting, de zogeheten earningsstrippingmaatregel. Deze wordt per 1 januari 2019 van kracht. Het is een renteaftrekbeperking met een algemeen karakter die van toepassing is op alle bv’s en op alle soorten leningen.

Het merendeel van de mkb-bedrijven zal geen gevolgen ondervinden van deze renteaftrekbeperking vanwege de drempel van € 1 miljoen aan rente die niet in aftrek wordt beperkt.

Enkele andere specifieke renteaftrekbeperkingen komen te vervallen. Met name de overnamehoudsterbepaling kon de grotere bedrijven uit het MKB in bepaalde situaties parten spelen. Dat is vanaf 2019 verleden tijd. De renteaftrekbeperking gericht tegen zogeheten grondslaguitholling blijft bestaan. Het blijft hoe dan ook van belang dat eventuele beperkingen van renteaftrek in de vennootschapsbelasting in jouw situatie doorlopend worden beoordeeld om negatieve gevolgen te voorkomen.

Een meer gedetailleerd overzicht van de plannen van het kabinet vind je binnenkort op onze website. Ik zal bij dit blog dan ook een directe link naar de download toevoegen. Mocht je dan of nu al concrete vragen hebben over de gevolgen van een bepaalde maatregel in jouw specifieke situatie, neem dan even contact op. Dat kan al heel simpel door op deze pagina je gegevens achter te laten.

Patrick Lambrechts

Door Patrick Lambrechts
24 september 2018